06 - 26348903 jajaberg@xs4all.nl

Op zoek naar buurtspecifieke stedelijke vernieuwing

Artikel over buurtspecifieke stedelijke vernieuwing voor het tijdschrift Oase (73)
project

Transformatorhuizen

thema's

Leestijd Bergplaats

De Indische Buurt is aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd als wijk voor de beter geschoolde en betaalde arbeiders. Kantoorbedienden, kleine middenstanders, ambtenaren en lagere employees hadden de mogelijkheid om de duurdere woningen in deze wijk te betrekken.
Aan het begin van de twintigste eeuw werd snel en vaak onzorgvuldig gebouwd, waardoor veel panden in de jaren zestig al scheuren vertonen. Omdat andere wijken bij het stadsbestuur prioriteit genieten, wordt aan de Indische Buurt op het gebied van stadsvernieuwing lange tijd niets gedaan. De huizen verkrotten op grote schaal, als resultaat hiervan vertrekken veel bewoners uit de buurt. Krakers die, gedwongen door de woningnood, op zoek zijn naar een plek om te wonen trekken massaal naar de Indische Buurt. Zij spelen een belangrijke rol in het verzet van de buurt tegen de komst van koopwoningen wanneer grootschalige sloop van sociale huurwoningen dreigt. Zij krijgen hun zin als, eind jaren zeventig, onder het motto ‘Bouwen voor de buurt’, de stadsvernieuwing wordt ingezet. Door die grote vernieuwingsoperatie verandert de Indische Buurt in grote mate. Hoewel het stratenpatroon goeddeels behouden blijft, wijzigt de sfeer in de buurt ingrijpend door de nieuwe bebouwing.(1) Bovendien vertrekken veel oude bewoners naar groeikernen rond Amsterdam en nemen migranten – veelal met een laag inkomen – hun intrek in de nieuwe woningen. Hierdoor wijzigt niet alleen het aanzien maar ook de bevolking samenstelling van de buurt. Eind jaren tachtig is de stadsvernieuwing zo goed als klaar en is de Indische Buurt verworden tot een multiculturele wijk met tachtig verschillende nationaliteiten.
Het multiculturele karakter wordt niet meteen door iedereen als positief beschouwd. Het is voor veel autochtone bewoners een extra reden om weg te trekken, hiermede vormen allochtone bewoners geleidelijk aan de meerderheid in de buurt. De bewoners van de veelal kleine en goedkope woningen waarderen de buurt slecht en veel bezoekers voelen zich er onveilig (mede veroorzaakt door verhalen over drugs en criminaliteit), de buurt kampt daarom ook gedurende de jaren negentig met een slecht imago. Bovendien hebben de meeste Amsterdammers weinig reden om in de Indische Buurt te komen; de buurt ligt relatief perifeer en de voorzieningen zijn vooral op de eigen bewoners gericht.(2) Ook zijn er maar weinig trekpleisters die het voor Amsterdammers aantrekkelijk maakt om naar de Indische Buurt te gaan.

Kiezen voor de buurt

Onder invloed van ontwikkelingen buiten de Indische Buurt, wordt eind jaren negentig en aan het begin van het derde millennium duidelijk dat de buurt wel degelijk potentie heeft en voor de woningmarkt interessant is. Met de nabij gelegen populaire wijken Watergraafsmeer en Oost, het voltooien van het Oostelijk Havengebied én de nieuwe wijk IJburg volop in ontwikkeling, wordt de locatie van de Indische Buurt steeds gewilder. Vanwege de ontwikkelingen in de aangrenzende Watergraafsmeer, waar een campus van de Universiteit van Amsterdam zal komen, wordt het aanbieden van studentenwoningen ook een markt waar de Indische Buurt op aan kan sluiten. Wat ontbreekt is ‘levendigheid’ en een ‘gemengde bevolkingssamenstelling’ als het om inkomen gaat. Door het aantrekken van meer kapitaalkrachtigen en studenten hoopt men dan ook voor meer draagkracht en levendigheid te kunnen zorgen. In lijn met het landelijke en lokale stedelijk beleid wordt daarom geprobeerd om meer woningen voor middenklassegroepen in de Indische Buurt te realiseren. Kleine eenheden worden samengevoegd zodat er meer kapitaalkrachtige bewoners binnen de wijk een plek kunnen vinden. De “nieuwe’ woonruimte wordt zowel aan mensen die al in de wijk wonen én aan mensen die van buiten de buurt een betaalbaar woning zoeken aangeboden. Parallel aan deze ontwikkelingen in specifieke woonbehoefte wordt ook gewerkt aan de uitstraling en marketing van de buurt. Men probeert de levendigheid in de buurt te versterken door het creëren van een aantrekkelijk winkelaanbod, gecombineerd met cafés, restaurantjes en culturele voorzieningen. Op die manier kan de Indische Buurt een meer stedelijk karakter krijgen, waar het nu nog voornamelijk een woonwijk is die sterk gericht is op de eigen bewoners. De openbare ruimte wordt aangepakt door de betrokkenheid van bewoners bij het schoonhouden van hun buurt, en door de zogenaamde wildplakkers aan te pakken. Veiligheid van deze ruimte wordt gewaarborgd door het inzetten van cameratoezicht.
Door de buurt te profileren als ‘wereldwijk’, wordt ingezet op upgrading met een multicultureel imago. Overigens wordt de multiculturele bevolkingssamenstelling van de Indische Buurt gebruikt als manier om het exotische en levendige karakter van deze buurt tot uiting te brengen. Ondertussen is de voormalige Ambachtsschool aan het Timorplein vanaf de zomer van 2007 het beoogde, nieuwe culturele hart van de buurt en wordt het economische centrum, de as Javastraat – Javaplein, de komende jaren vernieuwd.

De interesse van marktpartijen voor het woningaanbod en voorzieningen komt tot uiting in enkele projecten die momenteel in de Indische Buurt worden uitgevoerd. Ze illustreren ook dat marktpartijen de sfeer in de Indische Buurt steeds meer bepalen, door de culturele waarden van de buurt in te zetten om deze aantrekkelijk te maken voor potentiële kopers. Er wordt daarmee actief ingegrepen in de bevolkingssamenstelling en de sfeer van de buurt. Het is de vraag in hoeverre deze ingezette verandering doorzet en een eigen dynamiek kan ontwikkelen. Zal de buurt in een structurele transformatie terecht komen die steeds meer kapitaalkrachtigen aan trekt en bestaande inwoners door stijgende huren wegjaagt? De toekomst zal leren of deze ontwikkelingen, samen met de veranderingen in woningaanbod en bevolkingssamenstelling, een volgend hoofdstuk in de al roerige geschiedenis van de buurt kunnen afdwingen.66 East heeft met wetenschappelijk onderzoek maar vooral met het organiseren van expertbijeenkomsten, openbare debatten en het uitnodigen van ontwerpers geprobeerd om een breder debat over de gevolgen van de stedelijke vernieuwing in de Indische Buurt op gang te brengen

66 East heeft met wetenschappelijk onderzoek maar vooral met het organiseren van expert-bijeenkomsten, openbare debatten en het uitnodigen van ontwerpers geprobeerd om een breder debat over de gevolgen van de stedelijke vernieuwing in de Indische Buurt op gang te brengen

Transformatie

Het is geen eenvoudige opgave om, midden in het proces van transformatie waarin de Indische Buurt verkeert, aan te geven in welke richting de buurt zich uiteindelijk gaat ontwikkelen. Dat de buurt potentie heeft wordt al langere tijd erkend, maar tegelijkertijd blijkt een hardnekkig en negatief imago moeilijk te weerleggen. Dat wordt herhaald duidelijk wanneer in het najaar van 2006, na aanleiding van geweldsincident op straat, in de landelijke media alle negatieve registers over de buurt wederom worden open getrokken.
Tegelijkertijd worden de eerste resultaten van de vernieuwing zichtbaar. De opgeknapte woningen in met name het oude deel van de buurt worden algemeen gezien als een verbetering ten aanzien van de situatie van tien jaar geleden. Ook heeft de buurt gestaag een rustigere en nettere uitstraling gekregen. Voor 66 East (een centrum voor stedelijk cultuur gevestigd midden in de buurt) zijn deze zichtbare, en op zichzelf positieve, ontwikkelingen een reden geweest om het project ‘Transformatorhuizen’ te starten dat de stedelijke vernieuwingsoperatie juist ook op die sociaal-culturele veranderingen beoordeelt. Dreigt de buurt, door de sterke roep om een leefbare en veilige omgeving door bewoners, ondernemers en politici, en passant ook haar oorspronkelijke uitstraling als karakteristieke volkswijk te verliezen? Wat blijft over van een buurt wanneer sprake is van een opruimwoede in ‘overdrive’? Legitieme vragen, nu wooncorporaties en het stadsdeel op het punt staan om nog eens voor miljoenen te investeren in delen van de buurt die nog niet zijn aangepakt.
66 East heeft met wetenschappelijk onderzoek maar vooral met het organiseren van expert-bijeenkomsten, openbare debatten en het uitnodigen van ontwerpers geprobeerd om een breder debat over de gevolgen van de stedelijke vernieuwing in de Indische Buurt op gang te brengen.(3) In gesprekken die tijdens de onderzoeksfase van het project ‘Transformatorhuizen. Stedelijke vernieuwingen in de Indische Buurt’ van 66 East zijn gevoerd met betrokken partijen als lokale politici, woningcorporaties, maatschappelijke partijen, ondernemers en bewoners, wordt duidelijk dat eigenlijk iedereen er wel voorstander van is om de buurt een impuls te geven. Politici streven ernaar dat mensen bewust voor de Indische Buurt kiezen in plaats van de Indische Buurt slechts als tijdelijk verblijf te beschouwen. Bewoners, kortom, moeten zich gaan binden aan de omgeving waarin ze wonen. Ook ondernemers en bewoners vinden het over het algemeen positief dat actie ondernomen wordt om de buurt leefbaarder te maken. Wel wordt geregeld bezorgdheid geuit over de vraag waar bewoners terecht komen die vanwege vernieuwing en verkoop van woningen hun heil elders moeten zoeken. Maar van groot georganiseerd verzet tegen de plannen in de buurt is geen sprake.Het project is een aanmoediging naar alle partijen in de Indische Buurt om een bredere discussie over de vernieuwing van de buurt te voeren en verder te verdiepen.

Het project is een aanmoediging naar alle partijen in de Indische Buurt om een bredere discussie over de vernieuwing van de buurt te voeren en verder te verdiepen.

Sociale stimulator

De ontwerpers in het kader van ‘Transformatorhuizen’ raken aan een aantal kenmerkende ontwikkelingen, angsten en vooruitzichten van stedelijke vernieuwing in het algemeen. Zo stelt de Belgische architect Wim Cuyvers het dreigende verlies van de ‘echte openbare ruimte’ aan de orde.(4) Door de neiging om, bij dit soort processen de openbare ruimte te purificeren, wordt de bewegingsvrijheid en leefruimte voor groepen die niet voldoen aan de ideale criteria, ernstig beperkt. Cuyvers doet daarom voorstellen om nieuwe ruimtes te creëren als ‘safe haven’ voor verslaafden, daklozen en hangjongeren. Matthijs de Bruijne stelt met zijn project de instroom van nieuwe bewoners aan de orde. Zijn voorstel voor een monument voor de Indonesiëweigeraars kan een nieuw symbool worden dat houvast biedt temidden van de veranderende sociale verhoudingen.(5) Het transformatieproces heeft niet alleen invloed op redelijk abstracte verschuivingen in de bevolkingssamenstelling van de buurt. Ook wat de directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid van individuele bewoners betreft, zullen veranderingen noodzakelijk blijken. Dennis Kaspori gaat met zijn ‘caretaker’-project in op de ontwikkeling én stimulering van een hernieuwde gemeenschappelijkheid.(5 Het project biedt, na een analyse van de buurt en haar sociale geschiedenis, nadrukkelijk een aanvullende en alternatieve strategie aan die concreet en bruikbaar is voor volgende fasen van de stedelijke vernieuwing van de Indische Buurt. In de volgende fase van het project zelf zal daadwerkelijk tot actie worden overgegaan. In het voorjaar van 2007 zal een ‘caretaker’ zijn intrek nemen in een woning in de Indische Buurt om daar de mate van collectiviteit in het woonblok te onderzoeken én te stimuleren. Het project gaat daarmee een stap verder dan het recentelijk populaire aanstellen van conciërges. De ‘caretaker’ reageert namelijk niet alleen op misstanden in het blok, maar probeert ook een, actieve, sociale stimulator te zijn. Het conciërge-concept wordt daarmee op fundamentele wijze verdiept.
Net als de ‘caretaker’ van Kaspori, kan het project ‘Transformatorhuizen’ ook gezien worden als een stimulator. Het project is een aanmoediging naar alle partijen in de Indische Buurt om een bredere discussie over de vernieuwing van de buurt te voeren en verder te verdiepen. Het wil aantonen dat stedelijke vernieuwing, naast de gebruikelijke wens naar sociaal en ruimtelijk evenwicht en progressie, ook gebaat is bij zorgvuldige, buurtspecifieke, brede, soms historische en liefst niet gestandaardiseerde vernieuwingsmethodes.

JaapJan Berg en Joost Zonneveld zijn projectleiders van het project ‘Transformatorhuizen, Stedelijke vernieuwingen in de Indische Buurt’, een initiatief van 66 East, Centre for Urban Culture (www.66east.org).

1, Heijdra, T. Zeeburg, Geschiedenis van de Indische Buurt en het Oostelijk Havengebied, 2000
2. Anderiesen, G. en A. Reijndorp. Eigenlijk een geniale wijk, 1990 en Reijndorp, A. Stadswijk, 2004
3. Ontwerpers die deelnamen aan het project ‘Transformatorhuizen’ waren: 12PM-Architecten (Pnina Avidar, Marc Schoonderbeek met Willemien Bosch, Ivonne Weichold en Sander Lueckers) i.s.m. Annemieke Diekman Landschapsarchitecten, www.12pm-architecture.com; Bik Van der Pol, www.bikvanderpol.net; Matthijs de Bruijne, www.outsite.net; de Architekten Cie. (Pieter van Wesemael, Femke Bergisch, Menno Moerman en Vincent Kompier) www.cie.nl; Wim Cuyvers, www.b-site.be; Dennis Kaspori en Jeanne van Heeswijk i.s.m. Jeroen Hiemstra en Annet van Otterloo. www.themaze.org
4. Volgens de Belgische architect Wim Cuyvers neemt de hoeveelheid echte publieke en openbare ruimte af als direct gevolg van de angst onder bewoners en bestuurders voor het vervuilde, onveilige en naargeestige. Door het introduceren van hekken, camera’s en andere vormen van schijnzekerheid tracht men de buurt te verbeteren. Het resultaat was een aankondiging van bouwwerken in/aan de publieke ruimte, die werkt als een spiegel van de effecten van de stedelijke vernieuwing.
5. Volgens Matthijs de Bruijne is een nieuw symbool nodig om nieuwe, veelal hoger opgeleide en niet-allochtone bewoners te verbinden met de oude, over het algemeen allochtone en minder kapitaalkrachtige bewoners. Dat nieuwe symbool is wat hem betreft een monument voor de Indonesië weigeraars, jonge mensen die eind jaren veertig besloten om ‘nee’ te zeggen toen zij werden opgeroepen om mee te vechten in een koloniale oorlog. De Bruijne ziet de negatie ‘nee’ juist als een positieve daad en wil die ogenschijnlijke tegenstelling terug laten komen in zijn ontwerp van het monument. Met diverse oud-weigeraars, buurtbewoners en historici heeft De Bruijne gesproken over de wenselijkheid, betekenis en mogelijke vorm van het monument.
Het project ‘Caretaking’ gaat uit van de verwachting dat de stedelijke vernieuwing door de bestaande bewoners zelf gedragen en gestimuleerd kan worden. Volgens Kaspori is stedelijk vernieuwing te vaak een abstract proces dat over de hoofden van de betrokken bewoners plaatsvindt. Stedelijke vernieuwing is gebaat bij een toename van elke vorm van betrokkenheid.

0 reacties