06 - 26348903 jajaberg@xs4all.nl

Pleidooi voor een perifere conditie

Lezing ter gelegenheid van presentatie Jaarboek Architectuur in Nederland 2017-2018
project

Jaarboek Architectuur in Nederland

thema's

Leestijd Bergplaats

Recentelijk bezocht ik in Huis Marseille een tentoonstelling over de nalatenschap van Bernd en Hilla Becher. Ik bewonderde er hun werk maar ook dat van fotografen die bekend zijn geworden als de Düsseldorfer Schule. Beroemde leerlingen van de Bechers zoals Thomas Ruff, Andreas Gursky en Thomas Struth. Eén van de fotografen die ook werd geëxposeerd was de relatief onbekende Laurenz Berges. Uit zijn oeuvre werd een aantal foto’s uit de serie ‘Cloppenburg’ tentoongesteld. Een serie die Berges tussen 1989-90 maakte in Duitsland. Het zijn foto’s van een archetypisch Noordwest-Europees platteland. Platteland, of om het even, ommeland, Hinterland, Countryside. Maar bovenal: periferie.

Generieke beelden die eigenlijk iedereen kent en herkent. Ze typeren grote delen van het Europese platteland. In Nederland wordt dit beeld doeltreffend vastgelegd door fotografen als Hans van der Meer en Harry Cock. Het is het soort foto’s dat met licht ironische blik en verwondering een melancholieke schoonheid toont. We zien taferelen van achteropgeraakte, licht verwaarloosde plekken: een onbeholpen wereld.
Maar het zijn geen onschuldige beelden. Ze determineren en ‘framen’ de periferie. Ze bevestigen de status en gemoedstoestand van plaatsen die fascineren door hun onvolmaaktheid. Vaak is het de constatering van imperfectie die prikkelt. Daarbij blijft in het midden of onze blik gestuurd wordt door sentiment over het naderende einde van de perifere wereld. Of dat we vooral hopen op het behoud ervan. Of beide …

Het zijn telkens plaatsen waar mensen hun handen van af hebben getrokken. Waar men nog functioneert volgens routineuze systemen van wonen en werken. Ruimte en gebruikers die bestaan, zonder ambitie of perspectief op verandering. Er heerst een perifere conditie. In meerdere opzichten zijn ze ver verwijderd van aandachtsgebieden met dynamiek en drukte.

Maar als we de vele signalen moeten geloven is het zeer binnenkort gedaan met die perifere conditie. Zo bleek ook uit mijn interview met Samir Bantal van AMO over hun onderzoek naar de Countryside. De periferie wordt belaagd door talloze veranderingen, evoluties en revoluties die ruimte consumeren of het bestaande gebruik en de ordening ervan overhoop halen. Ontwikkelingen die hun oorsprong vinden in evenzoveel beleidstukken, agenda’s, strategieën en visioenen. Al deze nieuwe bestemmingen hebben met elkaar gemeen dat ze ruimte vreten en daarbij de periferie als voornaamste doelwit hebben. Dit ongeacht of nu verstedelijking, leisure-landschappen, energielandschappen, zonne-akkers, waterberging, veilige landschappen, datacenters of opslagdozen de veroorzaker is.

Ik leg me neer bij de (noodzaak en urgentie) van veel van deze ruimtelijke vorderingen. So be it… Maar bepleit wel een noodzakelijk onderscheid. Namelijk dat tussen landschap en periferie. Nu verwacht u waarschijnlijk een hartstochtelijk en behoudzuchtig pleidooi voor het bestaande landschap. Voor het bewaken van de grenzen tussen stad en platteland. Maar ik opteer voor de periferie.
Zeker wanneer we periferie beschouwen als ruimte – niet noodzakelijk in het landelijk gebied gelegen – die is verlaten, is vergeten, die sluimert en met rust wordt gelaten. Ruimte die op een prettige manier is gevrijwaard van urgentie en een ‘heilig moeten’. Plekken die ontzien worden, die niet of terughoudend worden ingericht, herstemd of geherprogrammeerd. Rafelige ruimte die nergens thuishoort maar die overal kan zijn, in de stad, op het platteland, in het landschap. Bastard space (of bastaard ruimte) dekt de lading: onaanzienlijk, maar extreem aaibaar. Een permanente verademing in een verder overgeorganiseerd, gereguleerd en ingericht land. En het mooie is, die perifere conditie is er (overal) al. Dat bewijst alleen al het werk van de genoemde fotografen.

En het landschap dan, zult u zeggen? Dat moet capituleren, maar onder voorwaarden.
Het moet ontvankelijk zijn voor nieuw programma dat zonder twijfel meer ruimte nodig heeft. Er moet wel gewaakt worden voor het overladen. Of zoals tijdens de recente landschapstriënnale werd geformuleerd: het maximale laadvermogen van het landschap. Op een slimme en innovatieve moeten de begerige blikken en gretige wensen worden weerstaan of anders geaccommodeerd. Wensen die, voor alle duidelijkheid, zowel afkomstig zijn uit het stedelijk idioom, het noodzakelijk streven naar een duurzamer wereld alsook uit de noodzakelijke herijking en transitie van bestaand agrarisch programma en landschappelijke inrichting.
De capitulatie onder voorwaarden betekent dus niet dat de spreekwoordelijke sluisdeuren naar het landschap worden open gezet. Er zal nadrukkelijk en essentieel ontworpen moeten worden aan het nieuwe landschap. Een herijkt kunstmatig landschap met meerdere actieve functies en gestapeld en gecombineerd programma. Dit alles om te komen tot een nog hogere landschappelijke verdichting. Een proces dat zich op verschillende plekken zal manifesteren. Te beginnen bij de randen van de stad en dat helaas ten koste zal gaan van enige landschappelijk-historische ijkpunten.
Maar, zult u tegenwerpen, we hebben de ruimte niet voor zowel perifere bastaardruimte als verdicht landschap. Meer dan we denken…! We zijn alleen nog niet voldoende gewend aan een verdicht landschap. Neem het datacentrum aan de A10. Dat is prachtig, subliem wellicht, maar ook erg eendimensionaal. Wanneer we de meerwaarde van het verdichte landschap daadwerkelijk omarmen krijgen we er een consistente perifere conditie bij cadeau. Dat kunnen we toch niet weigeren…

0 reacties